Spanning in 10 fasen – Phase 10

2016-10-11-phase102Tijdens een spelletjesavond met vrienden maakten we voor het eerst kennis met het kaartspel Phase 10. Daarvoor hadden we nog nooit van dit spel gehoord. “Dit is echt een leuk spel,” werd er gezegd toen ze binnenkwamen. Maar toen het doosje op tafel werd gelegd dacht ik “mmmm, ik weet het niet hoor. Ziet er wat saai uit”. Het spel heeft inderdaad geen wauw-uitstraling. Maar na de uitleg en twee spelrondes (fases) verder, zaten we in het spel. Mijn man en ik vonden het zo’n leuk spel dat we afgelopen zomervakantie dit kaartspel, van Ravensburger, vele malen hebben gespeeld. Ik weet niet of de buren op de camping daar altijd blij mee waren, want door de spanning en/of frustratie zijn er nog weleens wat uitroepen gedaan. Die zal ik overigens hier maar niet herhalen 😉

Het is de bedoeling dat je de 10 fasen doorloopt, degene die als eerste alle 10 fasen heeft gespeeld is de winnaar. Iedereen moet de 10 fasen doorlopen in de aangegeven volgorde. Dus eerst fase 1, dan fase 2, enz. Het spel hebben wij alleen nog maar met 4 personen gespeeld, maar het kan al vanaf 2 tot 6 personen.

Leeftijd: 10-992016-10-11-phase10

Duur: 60 minuten (maar het kan gerust langer duren)

Winnaar: degene die als eerste alle 10 fasen heeft gespeeld is de winnaar. Let op: het kan ook zijn dat er meerdere spelers in dezelfde fase/ronde uitspelen. Dan wordt er gekeken naar de persoon met de minste punten, die is dan de winnaar.

Inhoud van het spel:
– 108 speelkaarten (twee keer de waarden 1 tot 12 in 4 kleuren, 4 kaarten ‘beurt overslaan’ en 8 jokers)
– 6 overzichtskaarten
– handleiding met speluitleg
Daarnaast heb je nog papier en een pen nodig waar je zelf voor mag zorgen.

Hoe verloopt het spel?2016-10-11-phase101
– Leg bij elke speler een overzichtskaart. Dit is de kaart met het overzicht van de 10 fasen van het spel.
– De kaarten worden geschud en iedere speler krijgt 10 kaarten. Deze houdt je in je hand, en laat je niet zien aan je medespelers.
– De kaarten die overblijven worden als een stapel in het midden van de tafel gelegd. De bovenste kaart wordt open ernaast gelegd, dit wordt de aflegstapel.
– De persoon die links van de gever zit mag beginnen. Je speelt met de klok mee.
– Als je aan de beurt bent dan moet je een kaart pakken, dit kan van de verdekte stapel of de openliggende. Daarna mag je een fase uitleggen. Een fase uitleggen moet in 1x gebeuren, dat mag niet in gedeeltes. Je bent overigens niet verplicht om een fase uit te leggen.
– Wanneer je een fase hebt uitgelegd, kun je proberen om andere kaarten kwijt te spelen. Dit doe je door ze aan te leggen bij de kaarten die al op tafel liggen. Zowel bij jezelf als bij kaarten van medespelers. Je mag niet aanleggen als je nog geen fase hebt neergelegd.
– Bij elke beurt moet je ook een kaart op de aflegstapel leggen, of een pestkaart bij een van de spelers neerleggen. Zo kun je ervoor zorgen dat iemand een beurt moet overslaan.
– Een fase (ronde) is afgelopen als een speler zijn laatste kaart op de aflegstapel kan leggen.
– De spelers die niet hebben gewonnen moeten hun kaarten gaan tellen volgens het puntensysteem dat in de spelregels staat. Deze punten kun je ook zien als minpunten.

Met het tellen van de punten is ook de spelronde voorbij. En dan begint een nieuwe spelronde, waarbij iedereen weer gaat werken aan zijn eigen fase. Als de winnaar bijvoorbeeld fase 4 heeft afgemaakt, dan mag hij door met fase 5. Maar wanneer jij nog in fase 3 zit, mag je pas verder met een nieuwe fase als je fase 3 hebt afgerond. Zo kan het voorkomen dat jij al in fase 7 zit en je medespelers nog in fase 2 of fase 6 zitten. Dat is ook het leuke van dit spel. Je kunt heel lang in fase 3 zitten, terwijl een ander al in fase 7 zit. Maar dit zegt helemaal niets over je winkansen. Vooraf en tijdens het spel weet je niet wie er gaat winnen. Er kan van alles gebeuren, het spel kan zomaar omslaan. Dat maakt het verrassend en spannend.

Bij dit spel is het handig als je goed bent in strategisch denken en als je de nodige dosis geluk bij je hebt. Want dat kun je wel gebruiken bij dit spel. Je moet niet alleen je eigen kaarten in de gaten houden, maar ook proberen te ontdekken wat de andere spelers sparen. En wat ik vooral heb geleerd. Gooi nooit zomaar kaarten weg, kijk eerst wat anderen hebben liggen. Want voor je het weet ben je je tegenstander aan het helpen. Heb je geen geluk of ben je niet goed in strategisch denken? Geen nood, ook dan kan je dit spel spelen.

Voor een speluitleg met filmbeeld en voor de handleiding kun je hier terecht.

Dit kaartspel is handig mee te nemen, ideaal voor een weekendje weg of in de vakantie. Het neemt weinig ruimte in. Dat is ook handig voor je spellenkast. Je stopt het doosje zo tussen andere grotere spellen in.

Waar te koop:
Het spel zit niet meer in het assortiment bij Ravensburger. Ze hebben de rechten van het spel niet meer in bezit. Daarom hebben ze afgelopen zomer een opvolger uitgebracht. Namelijk level 8. Het verschil tussen Phase 10 en Level 8 zit in het aantal levels/fasen. Tevens is er een verschil in de aflegstapel. Bij Level 8 maakt elke speler een aflegstapel en bij Phase 10 is dat 1 stapel. Bij elke beurt moet de speler een keuze maken om een kaart te pakken van de gesloten stapel of de aflegstapel(s). Voor meer informatie over Level 8  kijk hier.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s